Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning;
voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget;
In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor inwoners met een inkomen dat gelijk is of lager dan 120% van het wettelijk minimumloon. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste de door het rijk vastgestelde periodebijdrage voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 18.
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning