Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving, kan het college woonvoorzieningen verstrekken.
Wij onderscheiden de volgende woonvoorzieningen:
Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijv. een verrijdbare kanteldouchestoel, verrijdbare tillift);
Bouwkundige woonvoorziening: nagelvaste voorzieningen (traplift).
Voor losse woonvoorzieningen geldt dat voor kortdurend en incidenteel gebruik een beroep moet worden gedaan op de uitleenservice gedurende de maximale periode van 26 weken.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals verhoogde toiletten, beugels, po-stoelen, badplanken, douchestoeltjes en –krukjes, thermostaatkranen e.d. (niet limitatief) vallen niet onder de noemer maatwerkvoorziening.
Voorbeelden van woningaanpassingen zijn uitbreiding slaapkamer, verbreding van deuren (niet-roerende woonvoorzieningen en drempels, trapliften (roerende woonvoorzieningen).
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2.
Artikel 4.
Woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2019