1. Het college vordert de gemaakte kosten voor de uitkering en/of inkomensvoorziening terug in de gevallen die in de artikelen 58 en 59 van de WWB, de artikelen 54 en 55 van de WIJ en de van toepassing zijnde artikelen uit de IOAW en IOAZ zijn aangegeven, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet;
2. Het college kan afzien van terugvordering indien:
a. het terug te vorderen bedrag lager is dan een door of namens het college nader vast te stellen bedrag;
b. daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.