Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voorwaarden en uitzonderingen mandaatverlening

Onderdeel van Mandaat-, volmacht- en machtiging gemeente Smallingerland 2019

1.. Het in het artikel 4, eerste lid, bedoelde mandaat komt de mandaathouder slechts toe, voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden van de organisatie-eenheid c.q. taakveld waarbinnen de medewerker werkzaam is. 2.. De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester. 3.. De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de wethouder, die de betreffende wetgeving in portefeuille heeft. 4.. De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur of de concerndirecteur. 5.. De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teammanager. 6.. Ondermandaat is niet toegestaan, tenzij het college of de burgemeester ten aanzien van een bepaalde bevoegdheid hebben aangegeven dat ondermandaat wel is toegestaan. 7.. De Budgethoudersregeling 2023 en de Financiële verordening Smallingerland 2022 en eventuele wijzigingen daarvan, dienen in acht te worden genomen. 8.. In geval van strijdigheid tussen de Budgethoudersregeling 2023, en eventuele wijziging daarvan, gaat de Budgethoudersregeling voor. 9.. Naast de mandaten die op basis van deze algemene mandatenregeling worden verleend, kunnen er ook individuele mandaten worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel