1. Indien een belanghebbende zich verbaal zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van minimaal 10% van de inkomensvoorziening gedurende een maand.
2. Indien een belanghebbende zich fysiek -al of niet in combinatie met verbaal- zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren wordt een maatregel opgelegd van minimaal 50% van de inkomensvoorziening gedurende een maand.
3. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde misdraging.
4. Indien een belanghebbende binnen de in lid 3 genoemde periode zich meermalen fysiek, -al of niet in combinatie met verbaal-, zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren wordt een individueel afstemmingsbesluit genomen over de op te leggen maatregel. Tijdelijke uitsluiting van het recht op bijstand behoort daarbij tot de
mogelijkheden.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelverordening Wet investeren in jongeren