Naar hoofdinhoud
De criteria voor subsidieverlening zijn: de stimuleringsbijdrage kan alleen worden verstrekt aan een aanvrager als bedoeld in artikel 1 onder b jo. artikel 2; het project waarvoor een stimuleringsbijdrage wordt aangevraagd is gelegen in stedelijk gebied als bedoeld in artikel 1 onder q; voorafgaand aan de aanvraag om een stimuleringsbijdrage heeft de aanvrager overleg gevoerd met het college over het project om een locatie te her ontwikkelen conform de regeling als bedoeld in artikel 1 onder o; de te subsidiëren activiteit moet voldoen aan de regeling als bedoeld in artikel 1 onder o; de te subsidiëren activiteit betreft een project, waarbij naar het oordeel van het college de ruimtelijke kwaliteit van de locatie en de omgeving worden verbeterd, waarbij sprake is van een concrete behoefte en waarbij het bouwprogramma in overeenstemming is met het Rapport Kwalitatief Programmeren als bedoeld in artikel 1 onder n en er sprake is van maatschappelijk draagvlak; de aangevraagde stimuleringsbijdrage betreft de financiering van een onrendabele top, waarbij wordt voldaan aan de aspecten van algemeen belang, minimum noodzakelijke bijdrage en proportionaliteit. Uit de door aanvrager overgelegde kostenraming blijkt, na een toetsing die wordt uitgevoerd door of namens het college, dat er sprake is van een minimum noodzakelijke bijdrage voor het betreffende project. De minimum noodzakelijke bijdrage overschrijdt niet het steunplafond als bedoeld in de de-minimisverordening; de activiteit, waarvoor de stimuleringsbijdrage is verleend, moet uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening afgerond zijn. Op schriftelijk verzoek van aanvrager kan deze termijn worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel