Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 11.

Voorrang bij urgentie

Onderdeel van Huisvestingsverordening Almere 2019

1.. Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden voor wie voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is en aan wie burgemeester en wethouders een urgentieverklaring hebben afgegeven. 2.. De behoefte aan woonruimte wordt dringend noodzakelijk geacht en een urgentieverklaring wordt verleend indien, ter beoordeling van burgemeester en wethouders: de woningzoekende behoort tot een van de in artikel 12, derde lid, van de Wet bedoelde categorieën; of de woningzoekende in een acute noodsituatie verkeert; of de woningzoekende op grond van medische of sociale redenen dringend moet omzien naar andere woonruimte; of de woningzoekende moet omzien naar woonruimte na een verblijf in een instelling voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling, een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling of een toegelaten instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen; of de woningzoekende woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of ingrijpende renovatie van de huidige woonruimte of bij herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is gelegen; of sprake is van calamiteiten, crisisopvang, overlast en betalingsproblemen die slechts kunnen worden opgelost met het aanbieden van een passende woning elders; of de woningzoekende voor de eerste maal moet omzien naar woonruimte na gedetineerd te zijn geweest en door het Veiligheidshuis Almere wordt voorgedragen; of de woningzoekende een vergunninghouder is als bedoeld in artikel 28 van de Wet, voor wie niet op andere wijze in huisvesting kan worden voorzien dan door middel van woonruimte als bedoeld in deze verordening. 3.. De in het tweede lid genoemde urgentiecategorieën en de voorwaarden om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen zijn uitgewerkt in Bijlage II bij deze verordening. Tevens regelt Bijlage II voor welke woonruimtecategorieën woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid bij voorrang voor een huisvestingsvergunning in aanmerking gebracht kunnen worden. 4.. Om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, moet de woningzoekende aan de volgende voorwaarden voldoen: a.. De woningzoekende is op het moment van indienen van een verzoek om een urgentieverklaring minimaal twee jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente Almere. Deze voorwaarde is niet van toepassing indien de woningzoekende behoort tot een van de categorieën bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet en het tweede lid onder g van dit artikel 11. De woningzoekende als bedoeld in het tweede lid onder d van dit artikel 11 moet direct voorafgaande aan het verblijf in een instelling in totaal minimaal twee uit drie jaar ingezetene van Almere zijn geweest. Burgemeester en wethouders kunnen van deze eis afwijken voor woningzoekenden die in een instelling verblijven waarmee burgemeester en wethouders afspraken hebben gemaakt over uitstroom, indien de woningzoekende aantoonbaar: I.. een duurzame begeleidingsrelatie in Almere heeft van een GGZ-zorgverlener of een zorgverlener op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet of de Wet langdurige zorg, of II.. in Almere een duurzaam sociaal netwerk heeft met aantoonbaar een essentiële gunstige invloed op een succesvol traject, terwijl de gemeente van herkomst factoren kent die herstel wezenlijk belemmeren, dan wel de gemeente van herkomst van de woningzoekende niet meer te achterhalen is, of III.. een gezin met minderjarige kinderen betreft met een beschikking maatwerkvoorziening voor maatschappelijke opvang indien deze maatwerkvoorziening op specifieke aanwijzing van de gemeente Almere voor dit gezin is ingezet. Onder gemeente van herkomst wordt verstaan: de gemeente waar de woningzoekende direct voorafgaand aan verblijf in de instelling zelfstandig of inwonend bij ouders of voogd permanent woonde.” b.. De woningzoekende staat ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres waar hij of zij feitelijk woont, tenzij hij of zij beschikt over een briefadres. c.. De woningzoekende – met uitzondering van de vergunninghouder als bedoeld in artikel 28 van de Wet - staat geregistreerd als woningzoekende in Almere en kan gezien zijn of haar inschrijfduur binnen een jaar geen passende woning krijgen. d.. De woningzoekende heeft het afgelopen jaar geen sociale huurwoning geweigerd. e.. De woningzoekende heeft de afgelopen twee jaar niet voor een zelfde soort problematiek een urgentieverklaring ontvangen. f.. De woningzoekende heeft er alles aan gedaan om het probleem op te lossen; andere oplossingen zijn niet mogelijk of zijn uitgeput. Deze voorwaarde is niet van toepassing op woningzoekenden als bedoeld in dit artikel 11, tweede lid onder d. g.. De woningzoekende heeft de situatie niet zelf veroorzaakt of had deze niet kunnen voorkomen. h.. De woningzoekende is in staat om een zelfstandig huishouden te voeren. Voor de eventueel aanwezige schulden (huurschulden uitgezonderd) heeft de woningzoekende de afbetaling voldoende geregeld: •. de woningzoekende moet aantonen dat er op de datum van urgentieaanvraag een minnelijke schuldregeling via de gemeentelijke schuldregelaar of een wettelijke schuldregeling loopt, of •. de woningzoekende moet aantonen dat er op de datum van urgentie-aanvraag een ondersteuning schuldstabilisatietraject (OSS) loopt via de gezamenlijke zorgpartners en dat hij beschikt over een budgetbeheerrekening bij de gemeentelijke schuldregelaar. Indien de woningzoekende alleen een huurschuld heeft, moet hij aantonen dat een adequate betalingsregeling is getroffen met de oude verhuurder waarbij rekening is gehouden met de beslagvrije voet. i.. De woningzoekende levert bij het verzoek de gegevens en stukken als bedoeld in artikel 12 volledig en juist aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel