Het algemeen bestuur heeft in het kader van de uitvoering van deze regeling:
de bevoegdheid tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
bevoegdheden zoals omschreven in artikel 25, derde lid onder a. tot en met c. van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
de bevoegdheden tot oprichting van en deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen als omschreven in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.