Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1

Toepassingsbereik Bibob-onderzoek

Onderdeel van Beleidsregel Bibob Sint-Michielsgestel 2019

1.. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder o, sub 1, van de wet, voor zover het betreft het verwerven of vervreemden van het recht op eigendom, wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer het aankoop- of verkoopbedrag van de betrokken onroerende zaak € 350.000,- of meer bedraagt. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder o, sub 1, van de wet, voor zover het betreft het verwerven of vervreemden van het recht op eigendom, een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer, de ter zake aan de orde zijnde vastgoedtransactie meegerekend, in een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de vastgoedtransactie in totaal voor € 500.000,- of meer aan de betrokkene is verkocht. 3.. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder o, sub 1, voor zover het betreft het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht, en sub 3, van de wet wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer de taxatiewaarde van de betrokken onroerende zaak € 500.000,- of meer (exclusief belastingen) bedraagt. 4.. Bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder o, sub 2, van de wet wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer de WOZ-waarde van de betrokken onroerende zaak € 350.000,- of meer bedraagt, tenzij: de huur of verhuur van het object tijdelijk is; het gaat om verhuur ten behoeve van educatieve, maatschappelijke en culturele doeleinden. 5.. Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden wordt, bij een vastgoedtransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder o, van de wet, een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer die betrekking heeft op één of meer van de risicocategorieën als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onder b, van deze beleidsregel. 6.. Bij een reeds aangegane vastgoedtransactie wordt een Bibob-onderzoek uitgevoerd wanneer: is overeengekomen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet voordoet, en sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1.2 van deze beleidsregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel