Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6.

Toeslag voor personen jonger dan 21 jaar

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht

1. Het college verstrekt met inachtneming van artikel 12 van de wet toeslagen aan de jongere tot 21 jaar die zelfstandig woont of dakloos is voor de noodzakelijke kosten verbonden aan het zelfstandig wonen. 2. De noodzaak tot zelfstandig wonen, als bedoeld in het eerste lid is aanwezig als: a. de jongere aantoonbaar gedurende een periode langer dan 12 maanden direct voorafgaande aan de aanvraag niet in gezinsverband van zijn ouders heeft gewoond, of; b. de belanghebbende met een partner en/of kind een gezin vormt, of; c. de relatie tussen de belanghebbende en zijn ouders ernstig verstoord is. 3. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de middelen van de ouders worden in aanmerking genomen: a. de draagkracht, berekend naar de methodiek van alimentatienormen, zoals beschreven in het ‘rapport alimentatienormen’van de expertgroep alimentatienormen (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl), en; b. het ingevolge artikel 34 van de wet in aanmerking te nemen vermogen. 4. Van een situatie, als bedoeld in artikel 12 onder a en b, van de wet is sprake als: a. beide ouders overleden zijn, of; b. beide ouders hun hoofdverblijf in het buitenland hebben, of; c. een van de ouders is overleden en de andere ouder in het buitenland woont, of; d. er sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen de belanghebbende en zijn ouders. 5. De hoogte van de toeslag voor de alleenstaande bedraagt: o € 265,00 als deze aantoonbare woonlasten heeft; o € 212,00 als deze geen (aantoonbare) woonlasten heeft of dakloos is; o € 132,50 voor een gezin, beide partners jonger dan 21 jaar, waarbij de ene partner een beroep kan doen op de onderhoudsplicht van de ouders; 6. De hoogte van de toeslag voor de alleenstaande ouder bedraagt: o € 358,00 als deze aantoonbare woonlasten heeft; o € 286,00 als deze geen (aantoonbare) woonlasten heeft of dakloos is. 6. Het college verstrekt aan de jongere van 18, 19 of 20 jaar die in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering voor levensonderhoud en een jongerentoeslag en die woonlasten heeft op of boven de normhuur de Jongerentoeslag Extra. 7. De in lid 6 bedoelde Jongerentoeslag Extra bedraagt • € 139 per maand voor de jongere die 18 jaar oud is • € 199 per maand voor de jongere van 19 of 20 jaar oud 8. de Jongerentoeslag Extra wordt slechts eenmaal per huishouden verstrekt. Indien beide partners jonger zijn dan 21 jaar wordt het bedrag bepaald aan op basis van de leeftijd van de oudste partner. 9. Indien het inkomen van de belanghebbende door de cumulatie van toeslagen hoger is dan de norm bedoeld in artikel 21 van de wet, wordt de Jongerentoeslag verlaagd, zodat het totale inkomen onder deze norm komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel