1. Het college verstrekt de bijzondere bijstand als een uitkering om niet, tenzij: deze richtlijnen anders bepalen.
2. Het college kan de bijzondere bijstand verlenen in de vorm van periodieke bijzondere bijstand.
3. Aan de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning en bijbehorend erf verstrekt het college bijzondere bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in redelijkheid niet kan worden verlangd, een en ander met inachtneming van artikel 50 van de wet.
4. Aan de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning en bijbehorend erf verstrekt het college bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor zover het vermogen gebonden in de woning of bijbehorend erf hoger is dan het vermogen als bedoeld in artikel 34 lid 2 onder d van de wet.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2
Artikel 2.
De vorm van de bijstand
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht