1. Woonkostentoeslag voor een huurwoning
a. Als de woonkosten van de zelf bewoonde woning niet hoger zijn dan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag en er geen aanspraak op huurtoeslag bestaat verstrekt het college een toeslag. De toeslag is gelijk aan de huurtoeslag die op grond van de Wet op de Huurtoeslag bij een inkomen gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, Wet op de Huurtoeslag, voor de woonkosten zou worden ontvangen.
b. Als aanspraak op huurtoeslag bestaat, berekend naar een inkomen dat voor de aanvang van de bijstandsverlening hoger was dan een inkomen gelijk aan het minimuminkomensijkpunt, wordt een toeslag verstrekt. De toeslag is gelijk aan het overeenkomstig onderdeel a vastgestelde bedrag, verminderd met de aanspraak op de huurtoeslag.
c. Het college verstrekt een woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden.
2. Woonkostentoeslag bij een woning in eigendom
Het college verstrekt een toeslag als de belanghebbende een eigen woning als bedoeld in artikel 3 van de wet bewoont waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag. Deze toeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die op grond van de huurtoeslag in de laagste inkomenscategorie voor overeenkomstige woonkosten van een huurwoning per maand zou kunnen worden ontvangen.
3. Woonkostentoeslag voor woonkosten boven huurtoeslaggrens
a. Indien een woning in huur of eigendom wordt bewoond, waarvan de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag verstrekt het college een toeslag ter hoogte van het bedrag waarmee de maximale huurgrens wordt overschreden.
b. De woonkostentoeslag zoals genoemd onder a wordt verstrekt over een periode van maximaal 1 jaar.
c. Het college verbindt aan de hoogte en de duur van de woonkostentoeslag, genoemd onder a, voorwaarden die strekken tot aanvaarding van goedkopere woonruimte waarbij de lasten minder bedragen dan de maximale huurgrens.
4. Definitie “woonkosten”
Onder “woonkosten” wordt in dit artikel verstaan:
a. als het om een huurwoning gaat: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagvak per maand geldende huurprijs als omschreven in artikel 1 onder e van de Wet op de Huurtoeslag;
b. als het om een eigen woning gaat: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
5. De woonkostentoeslag wordt maximaal voor 12 maanden verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 8.
Woonkostentoeslagen
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht