**1..** De vergunning kan worden ingetrokken:
op (schriftelijk) verzoek van de vergunninghouder;
wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende wettelijke vestigingseisen;
indien de vergunninghouder het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt;
indien de vergunninghouder, niet of niet tijdig de (financiële) rechten, onder welke naam dan ook verschuldigd, voldoet;
indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
indien ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien niet wordt voldaan aan de vereisten gesteld in de Warenwet of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op grond van de Wet Milieubeheer.
indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel;
indien de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen; gevallen van overmacht, incidentele standplaatsen en een gebruikelijke vakantieperiode uitgezonderd.
**2..** De vergunning kan enkel worden ingetrokken nadat de vergunninghouder gehoord is, met uitzondering van het 1e lid onder b van dit artikel.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.9
Intrekking vergunning
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Laarbeek 2019