Naar hoofdinhoud
Het college weigert een voorziening in het kader van de verordening in ieder geval, indien: de niet-uitkeringsgerechtigde, dan wel diens partner, een inkomen geniet dat minimaal gelijk is aan 150 procent van het netto wettelijk minimumloon; de niet-uitkeringsgerechtigde of de Anw-er eerder een voorziening krachtens de Participatiewet dan wel de Wet werk en bijstand verwijtbaar heeft beëindigd; de persoon niet langer tot de doelgroep van de Participatiewet, dan wel de Participatieverordening behoort. Het college kan een voorziening beëindigen, indien: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen dienaangaande niet nakomt; de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de verordening; de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel