Indien de belanghebbende:
in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering op grond van de IOAW/IOAZ of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan;
de verplichtingen, bedoeld in artikel 20 lid 2 IOAW of artikel 20 lid 1 IOAZ niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen; of
uit of in verband met arbeid inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 IOAW of artikel 8 IOAZ zou hebben kunnen verwerven in de gevallen, bedoeld in artikel 20 lid 1 IOAW of artikel 20 lid 2 IOAZ,
wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmings- en handhavingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Zundert