Om de kwaliteit van de uitvoering van de taken op het gebied van het omgevingsrecht te verbeteren zijn niet alleen procescriteria geformuleerd, maar ook eisen met betrekking tot deskundigheid en beschikbaarheid van de uitvoerende medewerkers. Het gaat om het vereiste opleidings-, kennis- en ervaringsniveau en de minimaal vereiste beschikbaarheid van deskundigen.
De eisen zijn niet vastgelegd in de wet. De gemeente moet in beginsel een verordening vaststellen, waarin staat hoe ze de kwaliteit van de Wabo-taakuitoefening - zowel binnen de eigen organisatie als van de aan de omgevingsdienst en veiligheidsregio c.q. brandweer overgedragen taken - van plan is te borgen. In de standaard verordening die het IPO en de VNG daarvoor hebben ontwikkeld wordt ervan uit gegaan dat de zogenaamde Kwaliteitscriteria 2.1 van toepassing worden verklaard. Vanuit haar eigen beleidsverantwoordelijkheid heeft de gemeente de vrijheid om hierin – beargumenteerd – plaats afhankelijke keuzes te maken. In een beleidsnota moet dan worden vastgelegd in hoeverre de gemeentelijke organisatie volgens de kwaliteitscriteria werkt en worden beargumenteerd wanneer men daarbij afwijkt: comply or explain.
In 2018 zijn de betreffende 18 “Wabo”-medewerkers van de gemeentelijke organisatie door een extern bureau getoetst aan de mate waarin zij voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.1. Geconcludeerd is, dat de ambtenaren vanuit de verschillende disciplines in totaal voldoen: comply.
Daar waar dat niet zo is op sommige specialistische gebieden, zoals expertise op luchtkwaliteit, wordt deze ingehuurd: explain.
Hoofdstuk › Paragraaf 1.
Artikel 1.5.2