In de gedoogstrategie wordt toegelicht welke situaties in aanmerking komen voor het afzien van bestuursrechtelijk handhaven en welke voorwaarden daaraan worden verbonden.
Uitgangspunt is dat alle overtredingen van wet- en regelgeving door middel van handhaving tot beëindiging worden gebracht. Er wordt in Brunssum niet gedoogd. Er kunnen zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, waarbij het noodzakelijk en gerechtvaardigd kan zijn, dat van bestuursrechtelijk handhavend optreden wordt afgezien.
In de volgende situaties kan dat:
Er is zicht op legalisatie
Er is sprake van een pilot/experimen;
Er is sprake van overmacht-/nood (onvoorziene situaties zoals een calamiteit)
Het handhavend optreden zou ingaan tegen het doel van de betreffende regelgeving
Handhavend optreden staat in geen enkele verhouding tot de financiële, maatschappelijke of bestuurlijke schade die als gevolg van de handhaving wordt geleden.
Als een dergelijk bijzonder geval zich voordoet, gelden de volgende randvoorwaarden:
Het gedogen wordt zoveel mogelijk in omvang en/of tijd beperkt
Gedogen kan uitsluitend actief en dus op basis van een expliciet (schriftelijk) besluit. Dat kan in de vorm van een gedoogbeschikking of in geval van concreet zicht op een legalisatie een opschortingsbesluit
Dit schriftelijke besluit bevat een duidelijke zorgvuldige belangenafweging
Hoofdstuk › Paragraaf 6.
Artikel 6.7