Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5

Uitvoeren van en rapporteren over onderzoeken

Onderdeel van Verordening op de Rekenkamer 2019

5. De Rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopdracht. 1. De Rekenkamer legt de resultaten van haar onderzoek vast in een concept-onderzoeksrapport. 2. De Rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door de Rekenkamer te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, aan de Rekenkamer kenbaar te maken of en zo ja, welke feitelijke onjuistheden in het concept-onderzoeksrapport staan vermeld. 3. Betrokkenen zoals bedoeld in lid 2 zijn zij van wie de taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is geweest. De Rekenkamer bepaalt verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt. 4. Na het verstrijken van de reactietermijn zoals bedoeld in lid 2 corrigeert de Rekenkamer gebleken feitelijke onjuistheden in het concept-onderzoeksrapport. Vervolgens legt zij het definitieve onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen voor aan het college voor een bestuurlijke reactie. 5. Na vaststelling door de Rekenkamer biedt zij het rapport aan de gemeenteraad aan. Hierbij voegt zij de reacties van de betrokkenen en het college toe voor zover dit niet heeft geleid tot aanpassing van het rapport conform de reacties. 6. De rapporten van de Rekenkamer zijn in principe openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamer bijlagen en andere documenten als geheim aanmerken.

Rechtspraak bij dit artikel