**1..** Er is een Participatieraad Sociaal Domein die, voor zover redelijkerwijs mogelijk, is samengesteld uit twaalf leden, waarvan:
twee personen (hierna te noemen: cliënten) of hun vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet;
twee cliënten of hun vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 2.1.3 derde lid 2.10 van de Jeugdwet;
twee cliënten of hun vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 2.1.3 derde lid van de Wmo 2015; en
zes bewoners van gemeente Schiedam met kennis van en/of affiniteit met vraagstukken in het sociaal domein.
**2..** De Participatieraad Sociaal Domein wordt voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter. De Participatieraad Sociaal Domein wijst uit zijn midden één of meerdere vervangend voorzitters aan.
**3..** De leden en de voorzitter van de Participatieraad Sociaal Domein zijn geen lid van de gemeenteraad, zijn niet in loondienst werkzaam bij de gemeente, bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder of door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke organisatie, en zijn niet werkzaam als adviseur van de gemeente op de betreffende beleidsterreinen.
**4..** De Participatieraad Sociaal Domein heeft twee rollen: integrale advisering en cliëntenparticipatie. De eerste rol betreft integrale advisering vanuit een brede maatschappelijke vertegenwoordiging van de Schiedamse samenleving. Het gaat hier om het aan de voorkant beïnvloeden van het besluitvormingsproces. Bij de tweede rol, cliëntenparticipatie, gaat het om het beïnvloeden vanaf zowel de beginfase van beleid en verordeningen, als het geven van feedback op de uitvoering van het beleid en de impact ervan op de gebruikers.
**5..** De leden en de voorzitter van de Participatieraad Sociaal Domein beschikken over de competenties die nodig zijn om actief verbinding te zoeken met cliënten, betrokken Schiedammers en maatschappelijke organisaties om zo te komen tot een integraal advies, en het voortouw te nemen in de samenwerking met gemeente, bewoners en maatschappelijke organisaties. Het college stelt profielen vast voor de leden en voor de voorzitter.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3