Bij de beoordeling of een bepaalde activiteit is toegestaan dan wel op welke schaal de activiteit mag
worden uitgeoefend, dienen - naast hetgeen in de bestemmingsplanvoorwaarden omtrent de toelaatbaarheid van consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten is opgenomen - de volgende regels in acht te worden genomen:
de dienstverlenende bedrijfsactiviteit betreft het bedrijfsmatig verlenen van diensten;
de ambachtelijke bedrijfsactiviteit betreft het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het - als ondergeschikte activiteit – verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht;
uitsluitend zelfstandigen zonder personeel en zonder stagiaires zijn toegestaan;
de bedrijfsactiviteit valt onder een van de in bijlage II opgenomen, of daarmee gelijk te stellen, beroepen;
het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat diegene die de activiteit in de woning of in het bijgebouw uitvoert tevens de hoofdbewoner van de woning is;
de woonfunctie van het betreffende pand blijft in overwegende mate behouden, hetgeen betekent dat in totaal maximaal 30% van het grondvloeroppervlak (footprint) van het hoofdgebouw inclusief de legale aan- en bijgebouwen, maar nooit meer dan 80 m² mag worden gebruikt;
dat - daar waar dit aan de orde is - niet meer dan 1 behandelruimte mag worden gerealiseerd;
detailhandelsactiviteiten zijn uitgesloten, tenzij deze van ondergeschikte aard zijn en direct verband houden met de uitgeoefende activiteit;
er wordt geen onevenredige hinder aan het woon- en leefmilieu toegebracht;
er wordt geen gevaar, bijvoorbeeld door de opslag van licht ontvlambare stoffen, aan het woon- en leefmilieu toegebracht ;
voor zover de bedrijfsactiviteit onder de categorieën B of C van het Activiteitenbesluit valt, is deze activiteit in beginsel niet toegestaan, tenzij er geen overlast voor de omgeving op zal treden;
de bedrijfsactiviteit brengt geen onevenredige hinder toe voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de bedrijfsactiviteit mag niet zodanig verkeersaantrekkend zijn, dat er verkeersoverlast ontstaat, of dat verkeersmaatregelen, zoals het creëren van extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk worden;
aan of bij de woning mogen geen grote bedrijfs- of reclameborden (groter dan 0,5 m) worden bevestigd of geplaatst.
De vorengenoemde voorwaarden laten overigens onverlet dat in een bestemmingsplan afwijkende voorwaarden zijn of worden opgenomen. De voorschriften van het bestemmingsplan hebben in dat geval voorrang op deze beleidsregels. Bij de interpretatie van een bestemmingsplan dient echter zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met deze beleidsregels.
Hoofdstuk 3.2
Artikel 3.2.2