Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Oisterwijk 2018.
Toelichting
Artikel I: Marktverordening gemeente Oisterwijk 2018
Algemeen
Het doel van deze verordening is tweeledig. Ten eerste worden hiermee de kaders gecre-eerd om markten te (her)organiseren zodat zij aantrekkelijk blijven voor zowel consu-menten als marktkooplieden. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit alles op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels en admini-stratieve lasten.
Artikelsgewijze toelichting (waarbij niet elk artikel een toelichting heeft)
Artikel 1. Toepassingsgebied
Op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Gemeentewet (hier-na: Gemw) kunnen burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen in-stellen (en afschaffen of veranderen). Deze marktverordening is van toepassing op der-gelijke van gemeentewege ingestelde markten, voor zover het warenmarkten zijn en deze met enige
regelmaat plaatsvinden.
Het gaat om de volgende markten: weekmarkt in Oisterwijk en weekmarkt in Moergestel.
Samenloop met APV
De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van toepassing is, is te vinden in de Model-Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: Model-APV). Artikel 2:25 van de Model-APV bevat bijvoorbeeld het vergunningstelsel voor evenementen, zoals braderieën. Verder bevat hoofdstuk 5 van de Model-APV bepalingen over collecteren (af-deling 2), venten (afdeling 3), standplaatsen niet zijnde standplaatsen op markten (afde-ling 4) en snuffelmarkten (afdeling 5). Uit de in de Model-APV opgenomen bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemw ingestelde markten.
Artikel 2. Inrichtingsplan
Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt een inrichtingsplan vast dienen te stellen. In dit inrichtingsplan kan per markt onder andere bepaald worden wat de markttijd is, welke delen van de markt bestemd zijn voor welke marktactiviteiten en op welke wijze nieuwe vergunningen worden verleend. Ieder inrichtingsplan dient voor-zien te zijn van een kaart waarop het hierboven genoemde is aangegeven.
Artikel 3. Vergunningen
Vaste-standplaatsvergunningen gelden in beginsel voor onbepaalde tijd, maar hier kan in individuele gevallen van worden afgeweken (tweede lid).
Een standwerkvergunning kan beperkt worden tot het verkopen van bepaalde typen producten.
Bij bijzondere gevallen (eveneens tweede lid) kan een andere standplaats worden aan-gewezen. Daarbij kan gedacht worden aan zaken als extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden en bepaalde evenementen.
Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijke persoon en eventueel de be-perking tot één vergunning per persoon per markt of voor de gemeente (lid 6) wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van vergunningen bewerkstelligd. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is dus niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.
Doordat de eis van handelingsbekwaamheid niet gekoppeld is aan een minimumleeftijd (eveneens lid 6) komen ook zestien- en zeventienjarigen aan wie door de kantonrechter handlichting is verleend in aanmerking voor een vergunning. Er is geen reden om minder-jarigen die in het rechtsverkeer als handelingsbekwaam beschouwd worden, van de ver-gunning uit te sluiten.
Het vereiste ‘gerechtigd in Nederland arbeid te verrichten’ (eveneens lid 6) ziet met name op vreemdelingen die een vergunning ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen nodig hebben.
Artikel 5. Selectiestelsel
In dit artikel is een selectiestelsel uitgewerkt waarmee aanvragen voor de te verlenen nieuwe vaste-standplaatsvergunningen op bepaalde aspecten kunnen worden beoordeeld. Of de verlening overeenkomstig het selectiestelsel plaatsvindt blijkt uit het inrichtingsplan voor de betrokken markt. Er wordt o.a. getoetst op duurzaam ondernemen. Voor de markt bedoelen we daar bijvoorbeeld mee het reduceren van afval, het tegengaan van (voedsel)verspilling en het reduceren van verpakkingen en plastic tasjes.
Artikel 6. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning
Dit artikel regelt de gevallen en voorwaarden waaronder het mogelijk is om vaste-standplaatsver¬gun¬ningen over te schrijven. Het gaat om overschrijving van een vaste-standplaatsvergunning met alle daaraan verbonden voorwaarden en beperkingen, waar-onder dus de nader bepaalde individuele standplaats.
Artikel 8. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging
Het gevolg van lid 1 is dat als iemand anders dan de vergunninghouder de standplaats in-neemt, deze wordt weggestuurd van de markt. Uit het tweede lid volgt dat als er geen aanvraag ligt voor vervanging, vervanging dan ook niet is toegestaan.
Artikel 9. Dagplaatsvergunning
Lid 1. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de vergunning voor de betrokken plaats is vervallen voor die marktdag, doordat de vergunninghouder niet tijdig is komen opdagen; zie artikel 7, vierde lid.
Het in aanmerking nemen van een langere termijn ex artikel 9, derde lid, betekent dat langer dan vier marktdagen wordt ‘teruggekeken’ om te zien of de betrokkene zich heeft misdragen of in gebreke is gebleven met de betaling van zijn marktgeld.
Artikel 16. Onmiddellijke verwijdering
In artikel 125 van de Gemw is bepaald dat het gemeentebestuur onder andere ter uitvoe-ring van gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid heeft een last onder bestuurs-dwang op te leggen. Artikel 20 geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om een bijzondere vorm van bestuursdwang (verwijdering) toe te passen als een vergunning-houder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt of bij andere overtre-dingen van de marktverordening.
Bij deze vorm van bestuursdwang wordt spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:31, eerste lid, van de Awb, verondersteld. Dan kan de bestuursdwang worden toegepast zon-der voorafgaande last. Bij zéér spoedeisende gevallen, waarbij een besluit niet kan wor-den afgewacht, kan bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel 5:31, tweede lid, van de Awb). Wel dient het besluit in dat geval achteraf alsnog bekendgemaakt te worden overeenkomstig artikel 5:31, tweede lid, van de Awb jo. artikel 5:24, derde lid, van de Awb. Het hangt van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een spoedeisend geval, of misschien zelfs van een zeer spoedeisend geval.
Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Deze marktverordening vervangt de oude marktverordening. Het op de oude markveror-dening gebaseerde marktreglement vervalt daarmee automatisch ook.