1. Burgemeester en wethouders trekken een vaste-standplaatsvergunning in:
a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 6.
2. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:
a. als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
b. als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;
c. als van de vergunning gedurende ten minste 8 marktdagen op jaarbasis geen ge-bruik is gemaakt. Met uitzondering van de verplaatste markt in Oisterwijk en met uit-zondering van aantoonbare overmacht aan burgemeester en wethouders;
d. als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
3. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewe-zen standplaats vervalt.
4. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 8 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de ver-gunning voor de rest van de dag.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening gemeente Oisterwijk 2018