Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten dan wel feitelijk te leiden indien: de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:3 is gedaan; gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de kennisgeving als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt; de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige (onduldbare) hinder te voorkomen; het maximaal toegestane aantal festiviteiten als vervat in artikel 4:3, lid 1 dan wel lid 2 van deze verordening is overschreden; er sprake is van overmatige (onduldbare) hinder naar de omgeving toe. 2.. Van overmatige hinder als bedoeld in het eerste lid, sub c is sprake indien ten tijde van een incidentele festiviteit het algemeen geldende maximaal toelaatbare geluidsniveau met meer dan 15 dB(A) LAr,LT wordt overschreden. 3.. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid is eveneens sprake van overmatige (onduldbare) hinder, als bedoeld in het eerste lid, sub c, indien: in de lokaliteit het gemeten geluidniveauverschil tussen het LCeq en het LAeq het geluidniveau van 15 dB overschrijdt; het gemeten geluidniveau ter plaatse van een gevel of inpandig bij een gevoelig object het verschil tussen het LCeq-niveau en het LAeq-niveau van 15 dB overschrijdt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel