In deze verordening wordt verstaan onder:
-
actiegebied:
een gebied dat burgemeester en wethouders hebben aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van woonruimte kan plaatsvinden;
-
bewoner
een persoon die het hoofdverblijf heeft in de desbetreffende woonruimte
-
burgemeester en wethouders:
burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
-
BRP:
de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen;
-
campuscontract:
huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
-
CBS-code:
de unieke code die door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld voor de gemeenten en de daarbinnen gelegen wijken en buurten;
-
DAEB-norm:
de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet;
-
doorstromer:
een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd als huurder beschikt over een zelfstandige woonruimte binnen de regio en deze leeg achterlaat;
-
duurzaam gemeenschappelijke huishouding:
een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen;
-
economische binding:
binding aan de regio overeenkomstig artikel 14 van de Huisvestingswet 2014, waarbij de woningzoekende binnen of vanuit de regiogemeente werkt en daarmee in het levensonderhoud voorziet;
-
eigenaar:
diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, alsmede de erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend;
-
groot gezinnen:
voor de toepassing bij of het krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met minimaal 4 kinderen;
-
gepubliceerd woningaanbod:
het periodiek openbaar gemaakt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren;
-
herstructureringskandidaat:
een woningzoekende die op het moment van een aanwijzing van een actiegebied: a. ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP) op het adres; en b. met toestemming van de eigenaar als huurder woonachtig is in een in het betreffende actiegebied gelegen zelfstandige woonruimte;
-
hoofdverblijf:
het adres waarop een persoon staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) en daadwerkelijk het grootste deel van zijn tijd woonachtig is;
-
huishouden:
een alleenstaande óf twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren;
-
huishoudinkomen
huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
-
huisvestingsvergunning:
de vergunning zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014;
-
huurder:
de huurder zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Woningwet;
-
huurprijs:
de huurprijs zoals omschreven in artikel 1, tweede lid, onder a van de Huisvestingswet 2014;
-
huurprijsgrens:
de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de Huurtoeslag;
-
ingezetene:
voor de toepassing bij of het krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan degene die volgens de inschrijving in de BRP woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte;
-
indicatie:
een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperking(en) van een woningzoekende blijkt en waarin staat, of op basis waarvan, kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende dient te worden afgestemd;
-
inschrijfduur:
de periode dat een woningzoekende aaneensluitend staat ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid;
-
inwoning:
het bewonen van een deel van een woonruimte die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen;
-
kamer:
verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 Bouwbesluit 2012;
-
leegstand:
leegstand zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet;
-
maatschappelijke binding:
binding aan de regio zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, aanhef en onder b van de Huisvestingswet 2014;
-
mantelzorg:
zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
-
mantelzorgrelatie:
de uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraak tussen de ontvanger en de verlener over de te verlenen mantelzorg;
-
middeldure woonruimten:
woonruimten met een aanvangshuurprijs boven de huurprijsgrens die tevens op grond van artikel 5 van Besluit huurprijzen woonruimte en artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte tot en met 185 punten waard zijn; alsmede alle woonruimten met een aanvangshuurprijs boven de huurprijsgrens die minder of gelijk is aan de volgens Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten gestelde maximale huurprijs voor 185 punten; voor de puntenvaststelling van de gemeente wordt met het oog op efficiëntie en effectiviteit (mede) uitgegaan van gegevens van de woonruimten die de gemeente zelf heeft verkregen ten behoeve van het vaststellen van de waarde onroerende zaakbelasting
-
ondersteuning:
noodzakelijke hulp die wordt geleverd in het kader van het voeren van een zelfstandig huishouden;
-
ondersteuningsvraag:
de vraag naar ondersteuning in verband met een ernstige beperking in de zelfredzaamheid die het gevolg is van een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte of psychische problemen;
-
onttrekkingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014;
-
onzelfstandige woonruimte:
woonruimte die geen eigen toegang heeft en niet door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
-
regio:
het woningmarktgebied bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;
-
register:
het regionale register van woningzoekenden;
-
register van standplaatszoekenden:
gemeentelijk register van standplaatszoekenden;
-
SHH
de vereniging Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden;
-
splitsingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014;
-
standplaats:
een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, waardoor een woonwagen op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of de gemeente kan worden aangesloten;
-
standplaatszoekende:
degene die in het register van standplaatszoekenden is ingeschreven;
-
starter:
een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd niet als huurder over een zelfstandige woonruimte binnen de regio beschikt;
-
statushouders:
de in artikel 12, vierde lid, van de Huisvestingswet bedoelde categorie vergunninghouders;
-
SVH:
de vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden;
-
toetsingscommissie:
de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 4:1;
-
urgentieverklaring
een besluit dat een woningzoekende indeelt in een urgentiecategorie zoals bedoeld in artikel 12 van de Huisvestingswet 2014;
-
wettelijke taakstelling:
de voor de gemeente geldende taakstelling op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet.
-
woningcorporatie:
een toegelaten instelling zoals omschreven in artikel 19 van de Woningwet;
-
woningzoekende:
het huishouden dat zich heeft ingeschreven in het regionale register van woningzoekenden;
-
woningvorming:
het verbouwen tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014;
-
woonduur:
de onafgebroken periode gedurende welke een huurder de huidige woonruimte zelfstandig bewoont, conform de gegevens van de basisregistratie personen;
-
woongroep
een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.
-
woonoppervlakte:
het totaal van de oppervlakten van de vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer of doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes zoals een kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte of schuur, ingebouwde kasten groter dan 2 m², garage, zolder niet zijnde een vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld;
-
woonruimte:
woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j van de Huisvestingswet 2014;
-
zelfstandige woonruimte:
zoals omschreven in artikel 234 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.