Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1.2

Carnavalsoptocht

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid evenementen Bladel 2019

Naast de in paragraaf 5.7 genoemde criteria worden de voorschriften, zoals hieronder opgenomen, verbonden aan het organiseren van een carnavalsoptocht of vergelijkbare andere optocht met carnavalswagens. Door de grootte van carnavalswagens kan het noodzakelijk zijn dat bomen langs de route worden gesnoeid voor de optocht of dat lantaarnpalen gedraaid moeten worden. Dat zijn niet gewenste ingrepen in het openbaar gebied en zullen dus ook niet uitgevoerd worden ten behoeve van een carnavalsoptocht. Daarnaast kunnen carnavalswagens instabiel zijn of niet brandveilig. Om die reden moeten alle carnavalswagens die deelnemen aan een optocht in de gemeente aan de volgende bepalingen voldoen: Toegestane maximale afmetingen van wagens: de breedte is maximaal 4,00 meter; de lengte van een starre combinatie is maximaal 12,00 meter; de lengte van een scharende combinatie is maximaal 18,00 meter. Opmerking: Uitsluitend de wegen en straten op de carnavalsroutes zijn afgestemd op de hiervoor genoemde afmetingen. Wagenbouwers moeten ermee rekening houden dat de doorgang op diverse wegen die leiden naar bedoelde routes onvoldoende is. De bouwlocatie van de wagens moet strategisch zijn bepaald of de wagen moet in delen worden vervoerd. De hoogte van deelnemende wagens moet zodanig zijn dat de wagens ongehinderd de te volgen route kunnen rijden. Dit betekent dat de hoogte zodanig moet zijn dat de route kan worden gereden zonder dat bomen, lantaarnpalen en andere obstakels worden beschadigd. Hiervoor wordt een hoogte van maximaal 7,5 meter, gemeten vanaf het wegdek, geadviseerd. De geadviseerde hoogte van een wagen, als genoemd onder 2, is niet van toepassing als gebruik wordt gemaakt van een schuif- en/of kantelmechanisme. Hiermee moet een uitbeelding op de wagen in snel tempo teruggebracht kunnen worden. In geval de uitbeelding op de wagen voorzien is van een onder 3 bedoeld mechanisme, moet het zwaartepunt van de constructie binnen de wielbasis en spoorbreedte van de wagen blijven. Alle wagens en trekkers met wielen groter dan 23 inch en/of een gewicht van meer dan 750kg moeten op een deugdelijke manier aan de voor-, achter- en zijkanten dicht zijn zodat de wielen worden afgeschermd, waarbij aan de onderzijde een vrije ruimte aanwezig moet zijn van minimaal 25 tot maximaal 35 centimeter. Alle wagens moeten op een deugdelijke manier aan het trekkende voertuig zijn bevestigd. Alle wagens zijn aan de voor- en achterzijde voorzien zijn van een trek- of sleepoog (voor noodsituaties). Het zwaartepunt van de wagen moet zodanig liggen dat bij een klapband of dergelijke de wagen niet kantelt. Bij grote wagens (gemotoriseerd, zwaarder dan 750 kilogram en/of wielen groter dan 23 inch) moeten er minimaal vier begeleiders aanwezig zijn, op iedere hoek een. De begeleiders moeten duidelijk herkenbaar zijn aan een witte armband om de linkerarm of een opvallend tenue voorzien van het verenigingslogo. De bestuurder van het voertuig moet steeds een goed uitzicht hebben. Een afwijking hiervan is alleen toegestaan als twee extra begeleiders en de chauffeur van de wagen, gezamenlijk in direct onderling contact met elkaar staan via een elektronisch communicatiemiddel, zodat de chauffeur over de te rijden route kan worden geloodst. Het gemiddelde geluidsniveau mag niet hoger zijn dan 88 dB(A), gemeten op een 0,5 meter van een geluidproducerende voorziening op de hoogte van de geluidproducerende voorziening. Personen die vervoerd worden op of in de wagen of zich bevinden op een afstand van maximaal 2 meter van de wagen zijn verplicht gehoorbescherming met een minimale beschermingsfactor van SNR17 te dragen. Bij wagens waarop personen worden vervoerd is een deugdelijke baluster als valbeveiliging aangebracht. Deze bestaat minimaal uit twee horizontaal aan gebrachte stevige stangen op een hoogte van 60 centimeter en 120 centimeter. Als kinderen (jonger dan 12 jaar) op de wagen worden vervoerd moet een derde stang op een hoogte van 30 centimeter zijn aangebracht. Personen die zich op de wagen op een hoogte van meer dan twee meter van de grond bevinden moeten door aanlijnen, zekeren of een andere deugdelijke valbeveiliging voorzien zijn van een valbeveiliging. Er mag niet sneller worden gereden dan 15 km/uur (stapvoets). Ter voorkoming van te grote onderlinge afstanden tussen de wagens (meer dan 50 meter) moet zowel de voorgaande als de achterliggende wagen goed in de gaten worden gehouden en de snelheid hierop worden afgestemd. Gebruik van luchtdrukflessen, compressoren en appendages is toegestaan als deze zijn goedgekeurd en voor aanvang van de tocht aan de organisatie en/of handhavers een geldig goedkeuringscertificaat kan worden getoond. Brandveiligheid: Op elke wagen is minimaal een goedgekeurd draagbaar blustoestel met een inhoud van minimaal 6 liter/kilo beschikbaar, geschikt voor het blussen van branden in brandklasse A, B en C. Elk ander object, niet zijnde een wagen, moet ook van dit blustoestel zijn voorzien als gebruik wordt gemaakt van brandbare vloeistoffen en/of gassen. Het gebruik van vuur is niet toegestaan. Bij gebruik van een generator ter opwekking van elektrische energie moet deze zijn voorzien van een deugdelijke isolatiebewaking. Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze moet opgeborgen zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde houders. Het gebruik van gemakkelijk brandbare materialen (polystereen schuim, plastic, etc.) moet zoveel als mogelijk worden beperkt. Indien het trekkende voertuig is ingepakt, moet een goede ventilatie van uitlaatgassen zijn gewaarborgd. Bij calamiteit is er een vluchtweg in twee richtingen voor bestuurder en personen die zich op de wagen bevinden. Gasflessen en brandbare vloeistoffen (behalve die voor generatoren) zijn niet toegestaan. Tijdens de optocht mogen geen voorwerpen van de wagens worden gegooid. Het is toegestaan snoepgoed of slingers van de wagens te werpen op een zodanige wijze dat niemand er schade van ondervindt of letsel door oploopt. Confetti of papiersnippers waarin plastic is verwerkt zijn verboden. Ook overmatig gebruik van confetti of papiersnippers is verboden. Dergelijke vervuiling wordt door de gemeente verhaald op de organisatie. Het beschikbaar hebben en gebruik van alcoholhoudende dranken en/of drugs direct voor of tijdens de optocht is verboden. Onder invloed verkerende personen mogen niet deelnemen aan de optocht. Alle deelnemers moeten zich onthouden van bedreiging, discriminatie en/of ernstige belediging en alles wat in strijd is met goede zeden. Wagens, uitbeeldingen en trekkende voertuigen mogen niet voorzien zijn van discriminerende teksten of tekens of dit karakter hebben. Deelname aan de optocht door of met levende en dode dieren is verboden. Waar mogelijk moet het gebruik van voertuigen in de optocht met dieselmotoren worden beperkt.

Rechtspraak bij dit artikel