Bij de beoordeling van de aanvragen voor bekostiging voor vervoer vanuit het leerlingenvervoer geeft de Verordening leerlingenvervoer aan, dat er sprake is van een getrapte vervoerskostenvergoeding. De vergoeding die verstrekt wordt moet aansluiten bij het capaciteit van de leerling. Met andere woorden: de vervoerskostenvergoeding moet passend zijn!
Dit houdt in, dat wanneer een leerling in staat is om naar school te fietsen, een vergoeding voor het aangepast vervoer niet passend is. Een fietsvergoeding is dan beter passend. Hetzelfde geldt voor het reizen met het openbaar vervoer en de noodzaak van een begeleider op de fiets of in het openbaar vervoer. Pas als al deze mogelijkheden geen optie zijn, is een vergoeding voor aangepast vervoer het best passend. Aangepast vervoer vindt meestal plaats in taxibusjes. Eventuele begeleiding dienen de ouders zelf te organiseren. (tenzij er sprake is van een noodzaak op grond waarvan begeleiding door een deskundige uitgevoerd moet worden. In zo’n situatie dient de noodzaak van begeleiding door een deskundige aangetoond te worden).
VERVOERSMATRIXEN
Loopafstand
Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt wat van een leerling verwacht mag worden als het gaat om de afstand die een leerling lopend moet kunnen afleggen, dan geldt het volgende afstandscriterium.
Beleidsregel
Schooljaar waarin het kind 11 jaar wordt
1,5 km
Schooljaar waarin het kind 12 jaar wordt en ouder
2 km
Fietsafstand voor de fietsvergoeding
Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt of een kind cq ouder het vervoer naar school per fiets kan doen geldt het volgende uitgangspunt:
Vergoeding eigen vervoer schoolbezoek - Beleidsregel
Indien voor meerdere leerlingen in het gezin een vergoeding wordt gevraagd voor eigen vervoer bestaat er in principe slechts recht op één vergoeding, gebaseerd op het vervoer naar de school die het verst weg is. Alleen als ouders kunnen aantonen dat de ritten niet gecombineerd kunnen worden, en ouders apart moeten rijden, kan daarvan afgeweken worden.
Vergoeding openbaar vervoer leerlingen Voortgezet Speciaal Onderwijs – Beleidsregel
Om zelfstandig reizen te stimuleren verstrekt het college een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer aan leerlingen die in het eerste leerjaar zelfstandig gaan reizen in plaats van gebruik te maken van aangepast vervoer per taxi. De vergoeding wordt verstrekt voor een periode van maximaal 10 maanden, vanaf de maand waarin de leerling zelfstandig met het OV gaat reizen tot uiterlijk de kerstvakantie in het tweede leerjaar. Na afloop vervalt de vergoeding. Er wordt geen drempelbedrag (artikel 15 Verordening Leerlingenvervoer) of eigen bijdrage op basis van Financiële Draagkracht (artikel 16 Verordening Leerlingenvervoer) in mindering gebracht.
Goedkoopst mogelijke oplossing - Beleidsregel
Het college gaat bij de bekostiging uit van de goedkoopst adequate mogelijkheid van vervoer. Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoersvoorziening, kan het college met in achtneming van de artikelen 10 t/m 14 en 18 t/m 20 een andere passende voorziening verstrekken, die goedkoper is dan de bekostiging van de vervoersvoorziening en met een maximum van € 1000,-.
Nadere regel (artikel 11 lid 4, artikel 20 lid 5).
Fietsvergoeding
Kilometergrens regulier basis onderwijs en speciaal basisonderwijs 6 km
Kilometergrens Voortgezet (speciaal) onderwijs
Het schooljaar waarin het kind 11 jaar wordt tot maximaal 10 km
Toekenning naar gelang ontwikkelingsleeftijd
Algemeen aanvullende opmerkingen fietsvergoeding
Van leerlingen die in het schooljaar 11 jaar worden wordt verwacht dat zij kunnen fietsen als de afstand tot de school minder dan 10 km is. Hier wordt vanuit gegaan omdat leerlingen uiterlijk in groep 7 verkeersles krijgen. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Altijd uitgaand van de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg gebaseerd op de Anwb-routeplanner per fiets. Dit zijn in principe alle openbare wegen. Indien twijfel bestaat over de fietsmogelijkheden van de leerling kan advies worden opgevraagd over de medische beperkingen van de leerling met betrekking tot het reizen met de fiets. Indien de reisafstand met de fiets minder dan 6 kilometer bedraagt, vervalt de aanspraak op bekostiging. De hoogte van de kilometervergoeding is gebaseerd op de Reisbesluit Binnenland.
Openbaar vervoervergoeding
Leeftijd
Kilometergrens regulier en speciaal basis onderwijs 6 km
voortgezet speciaal onderwijs 6 km Kilometergrens voortgezet (speciaal) onderwijs 6 km
Het schooljaar waarin het kind 11 jaar.
2 keer overstappen, indien nodig met begeleiding.
Toekenning naar gelang ontwikkelingsleeftijd
Algemeen aanvullende opmerkingen voor OV
Indien twijfel bestaat over de mogelijkheden van de leerling om met het openbaar vervoer te reizen (zelfstandig of met begeleiding) kan een onafhankelijk advies worden opgevraagd over de beperkingen van de leerling met betrekking tot reizen met het openbaar vervoer. Bij situaties waarin sprake is van een overstap, dient er per overstap tussen circa 5 en 15 minuten aan overstaptijd te zijn. Daar waar sprake is van een looproute van huis naar de halte of van de halte naar school en vice versa, wordt voor de maximale loopafstand aangesloten bij de maximale afstand ten aanzien van het gebruik van opstapplaatsen in het aangepast vervoer (zie beleidsregel “opstapplaatsen”). Uitgaand van OV9292, tenzij het aantal overstappen verminderd kan worden door de inzet van de fiets als voor- en/of natransport. Als de reistijd langer is dan 1,5 uur wordt gekeken of de reistijd met het aangepast vervoer met 50% verkort kan worden. Voor het Speciaal (basis)onderwijs geldt in principe maximaal 1 overstap. 2 overstappen is in overleg met ouders mogelijk, indien de leerling dit aankan en er sprake is van een reële overstaptijd.
Nadere regel (artikel 19, lid 3)
Het vaststellen van de reistijd
Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op basis de door de REIS-informatiegroep bv beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, www.9292.nl en mobiel.9292.nl. Voor het vaststellen van de reistijd per aangepast vervoer, wordt de vervoerder geraadpleegd. Voor het bepalen van de reistijd wordt het gemiddelde genomen van de heen- en terugreis.
Nadere regel (artikel 19 lid 1).
Algemeen aanvullende opmerkingen voor aangepast vervoer
Leerlingen die het eerste jaar naar een VSO school gaan, kunnen indien nodig in het kader van gewenning, tijdens dit eerste jaar nog gebruik maken van het aangepast vervoer. Indien het voor de leerling van toepassing is, zal dit gewenningsjaar benut worden om de leerling vertrouwd te maken met de (brom)fiets of het openbaar vervoer.
De beoordelingsrichtlijn houdt rekening met de verschillende doelgroepen en dient passend te zijn bij de ontwikkeling en het niveau waarop de leerling functioneert. Van leerlingen van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs wordt minder verwacht dan van leerlingen die het regulier basisonderwijs bezoeken. Deze beoordelingsrichtlijn draagt bij aan de voorbereiding van de leerling op het vervolgtraject (voorgezet onderwijs, werk of bijvoorbeeld een dagbestedingsproject). Van de beoordelingsrichtlijn in de vervoersmatrix kan worden afgeweken als er factoren zijn die daar aanleiding toe geven.
Kilometervergoeding
Nadere regel (artikel 10 lid 1, artikel 20 lid 6)
Indien ouders hun kind zelf vervoeren wordt een kilometervergoeding verstrekt van € 0,19 per kilometer waarin de leerling in de auto zit. Daarmee wordt aangesloten bij de algemeen gebruikelijke vrije kilometervergoeding (peil 01-01-2021: € 0,19) gerekend over de kortste afstand tussen woning en de school. De heen- en terugreis van de chauffeur wordt zowel in de ochtend als middag vergoed (4x de reis). De vergoeding wordt verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en wordt maandelijks uitbetaald gedurende het schooljaar waarop de vergoeding betrekking heeft. Indien kinderen op de fiets gaan wordt aangesloten bij de kilometervergoeding per fiets zoals is vastgesteld in het Reisbesluit Binnenland.