Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Toekenning jeugdhulp

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Doesburg 2019

1.. Het college verleent een individuele voorziening wanneer het college de voorziening in het individuele geval noodzakelijk acht, gelet op het bepaalde in artikel 2.3 van de wet. 2.. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening: Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover: zij op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag; zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag door gebruik te maken van een andere voorziening. 3.. In de afweging of het verlenen van een individuele voorziening noodzakelijk wordt geacht en welke hulp passend is, kan het college onder meer de volgende omstandigheden en factoren betrekken: de hulpvraag; de behoefte, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; het gewenste resultaat van de jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige en/of ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een algemene voorziening; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget. 4.. Tenzij een spoedeisend belang zich daartegen verzet, onderzoekt het college de noodzaak tot het verlenen van een individuele voorziening in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders, dan wel wettelijk vertegenwoordiger. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken zorgt het college voor cliëntondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte. 5.. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders over de gang van zaken, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen, indien nodig, expliciet toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 6.. Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 6. 7.. Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening vervalt, als de jeugdige of zijn ouders zich niet binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel