Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte (met uitzondering van mantelzorg en aanvragers die verblijven in een blijf-van-mijn-lijfhuis of opvang wegens (dreigend) geweld). Dit geldt in ieder geval voor:
een woningzoekende die inwonend is;
een woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte huurt;
een woningzoekende die verblijf heeft in een instelling bedoeld in artikel 3:9 van de verordening.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12