**1..** Een commissielid (niet raadslid) kan een verhoging van de vergoeding toegekend worden waarop hij overeenkomst artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit aanspraak op maakt als;
het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of
het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de door hem te verrichten arbeid.
**2..** De hoogte van de vergoeding wordt bepaald bij de verordening tot instelling van de commissie en bedraagt maximaal 200% van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit.
Artikel 5.