De rekenkamer inventariseert jaarlijks aan wat voor onderzoek de raad behoefte heeft. De wijze waarop dit gebeurt wordt in overleg met de begeleidingsgroep bepaald.
De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad en het college verstuurd.
De rekenkamer legt jaarlijks vóór 1 november een onderzoeksplan ter kennisneming voor aan de raad.