Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
**a..** de houder van de vergunning de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
**b..** de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
**c..** indien zich overige gronden voordoen zoals genoemd in artikel 18 van de wet.
HOOFDSTUK 2 › PARAGRAAF 3
Artikel 10
Intrekking huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Eemnes 2019