Naar hoofdinhoud
1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet, wordt verleend, tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking, indien de onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte. 3.. De beschikking op de aanvraag bevat tenminste: de termijn waarbinnen van de vergunning gebruikgemaakt kan worden; de woonruimte(n) waarop de vergunning betrekking heeft.

Rechtspraak bij dit artikel