Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8:

Artikel 32

- Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2019 gemeente Hollands Kroon

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn of haar partner. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50,- per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. De bijdrageperiode zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel bedraagt vier weken. In uitzondering op artikel 32 lid 1 van de verordening is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor de voorzieningen zoals opgenomen in de artikelen 29 en 30 van deze verordening. Tevens is geen bijdrage verschuldigd voor een rolstoelvoorziening en een hulpmiddel ten behoeve van een minderjarige. Voor woningaanpassingen ten behoeve van een minderjarige is conform lid 5 van deze verordening wel een bijdrage verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel