Het college verstrekt indien de cliënt dit wenst een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt.
De hoogte van een pgb:
wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij/zij het pgb gaat besteden;
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.
Het college kent geen pgb toe indien en voor zover:
in de drie jaren voorafgaande aan het onderzoek toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid onder a, d en e van de wet;
de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening;
deze is bedoeld voor ondersteuning- of administratiekosten in verband met het pgb.
Hoofdstuk 4:
Artikel 21
- Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2019 gemeente Hollands Kroon