Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, lid twee tot en met acht, van de wet, van belang zijnde gegevens, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken.
De cliënt verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument ter inzage, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. Dit plan wordt meegenomen bij het onderzoek.
Hoofdstuk 1:
Artikel 4
- Gegevensverzameling/onderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hollands Kroon 2019