In een acute crisissituatie wordt intensieve ambulante hulp ingezet om de crisis (verder) te stabiliseren en het perspectief te onderzoeken. De spoedhulpverlener ziet toe op de veiligheid, ordent de problematiek, biedt structuur, helpt het netwerk te activeren, de probleemoplossingsvaardigheden van de gezinsleden te vergroten en de gezinsregie te herstellen. Met het gezin stelt de spoedhulpwerker doelstellingen voor vervolghulp vast.
Doelgroep:
Jeugdigen van 0 tot 18 jaar en hun gezinssysteem, waarbij sprake is van spoedeisende problematiek of een crisissituatie.
Doelstelling:
Stabilisatie van de crisissituatie, ontwikkelen van een perspectief voor de jeugdige en de ouders. Duidelijkheid over het vervolg voor de jeugdige en het gezin.
Minimale deskundigheid:
Ambulant spoedhulpverlener (HBO+) en gedragswetenschapper (WO of WO+) op achtergrond/consultatie.
Duur en frequentie:
Maximaal 28 dagen.
Resultaat:
De crisis is bezworen, basisroutines zijn hersteld, urgente korte termijndoelen zijn zo veel mogelijk gerealiseerd, jeugdige en gezinssysteem weten hoe het verder gaat.