De cliënt zorgt (eventueel met behulp van zijn pgb-beheerder) voor een goede en controleerbare administratie en houdt deze gedurende vijf jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van de toekenning van het pgb.
De cliënt verantwoordt desgevraagd de besteding van het pgb. De cliënt dient dan de volledige administratie over te leggen waar in ieder geval de volgende documenten toe behoren:
het ondersteuningsplan;
het zorgplan;
de (gedeeltelijke) toekenningsbeschikking;
de overeenkomst zoals ingediend bij de SVB;
de urenbriefjes;
evaluatieverslagen;
overige bescheiden die het college voor de verantwoording noodzakelijk acht.
De cliënt moeten kunnen aantonen dat het budget is besteed aan het doel waarvoor het is verstrekt. Daarbij moet de cliënt en/of pgb-beheerder controleren of de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in artikel 5.1 lid 6, 7 en 8 verordening.
Cliënt en/of de pgb-beheerder mag vanuit het budget de volgende uitgaven niet doen:
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor bemiddeling;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb;
huur;
eten en drinken;
bijdrage in de kosten;
contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
zorg en ondersteuning die onder een andere wet vallen dan de Wmo 2015;
zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorziening vallen;
ondersteuning inkopen buiten Nederland, tenzij hiervoor vooraf toestemming wordt verleend door het college.
Het niet nakomen van de aan het pgb verbonden verplichtingen kan in ieder geval leiden tot:
Herziening van de voorziening van pgb naar zorg in natura op grond van artikel 8.1.4 Jeugdwet;
Intrekking van de voorziening op grond van artikel 8.4 Jeugdwet;
Terugvordering van het ten onrechte ontvangen pgb bij de cliënt op grond van artikel 8.1.4. lid 3. jo artikel 8.1.4. lid 1 onder a Jeugdwet.
Terugvordering van het ten onrechte ontvangen pgb op grond van artikel 7.2 Verordening.
De weigering om de ondersteuning nog langer in de vorm van een pgb te verstrekken op grond van artikel 8.1.1. lid 4 jo artikel 8.1.4 lid 1 onder a, d en e jeugdwet.
De weigering om de ondersteuning (langer) van de pgb-aanbieder te betrekken op grond van artikel 5.3 van de verordening.