Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan de normale dagelijkse hulp die de partner en andere huisgenoten (waaronder kinderen) geacht worden elkaar te bieden, omdat ze een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Wat concreet valt onder “gebruikelijke hulp” wordt bepaald door wat naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder of het inwonend kind of de andere huisgenoot. Van gebruikelijke hulp is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht om bijvoorbeeld (niet limitatief):
het huishouden over te nemen;
mee te gaan met familiebezoek of naar de huisarts;
het doen van de administratie;
de opvoeding van en zorg voor kinderen door ouders;
activeren tot het ondernemen van activiteiten;
het gezamenlijk ondernemen van activiteiten;
ondersteunen bij de persoonlijke hygiëne;
ondersteunen bij het verkrijgen van dagstructuur.
Het college dient aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval onderzoek te doen naar de mogelijkheden van de cliënt om met (onder meer) gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren. Het aantal uren gebruikelijke hulp dat van een huisgenoot verwacht mag worden is gesteld op 10,5 uur per week. Dit aantal wordt aangemerkt als richtlijn, waarbij wordt uitgegaan van ongeveer 1,5 uur gebruikelijke hulp per dag.
Het college onderzoekt welke hulp in een specifieke situatie van de huisgenoot in redelijkheid gevraagd kan worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt. Ook dienen de mogelijkheden van de persoon die de gebruikelijke hulp verleent daarbij betrokken te worden.
De resultaten van het onderzoek worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. Hierbij dient de regisseur met inachtneming van het voorgaande inzichtelijk te maken welke taken (gedeeltelijk) als gebruikelijke hulp kunnen worden aangemerkt, welke taken (gedeeltelijk) boven-gebruikelijke hulp betreffen en hoeveel tijd hier (dagelijks) mee gemoeid is.
Overbelasting
Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem of haar geen bijdrage verwacht. Hierbij dient wel onderzocht te worden wat de reden van overbelasting is. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. Een verstrekking van een Pgb kan de overbelasting niet wegnemen.
Gebruikelijke hulp in het huishouden
Indien een persoon huisgenoten heeft die in staat zijn om de huishoudelijke taken over te nemen, dan wordt verondersteld dat zij deze taken overnemen. Dit principe is gebaseerd op de achterliggende gedachte dat een leefeenheid gezamenlijk verantwoordelijk is voor het huishoudelijke werk (het draaiende houden van een huishouden). Van iedere volwassene wordt verwacht dat zij naast andere dagelijkse bezigheden (werk, vrije tijd, enz.) een huishouden kunnen voeren. Indien een huisgenoot vanwege beperkingen uitvalt, wordt verwacht dat een andere huisgenoot deze taken overneemt. Dit geldt voor alle huisgenoten van 18 jaar en ouder. Er is sprake van een verplichtend karakter. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen huisgenoten op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.
Wanneer gebruikelijke hulp van een kind wordt verwacht, dan moet er onderzoek worden gedaan naar het vermogen van dit kind voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk. Er moet rekening worden gehouden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het kind en het feitelijke vermogen van het kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder de schoolprestaties. De volgende richtlijnen worden gehanteerd ten aanzien van gebruikelijke hulp van kinderen in het huishouden:
Kinderen van 0 tot 5 jaar
- leveren geen bijdrage aan het huishouden
Kinderen van 5 tot 12 jaar (naar eigen mogelijkheden)
- helpen met opruimen;
- helpen met tafel dekken en tafel afruimen;
- helpen met afwassen en afdrogen;
- helpen met in- en uitpakken van de vaatwasser;
- kunnen een boodschap doen;
- kunnen hun eigen kleding in de wasmand gooien.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
- kunnen dezelfde taken als kinderen van 5 tot 12 jaar verrichten;
- kunnen hun eigen kamer opruimen;
- kunnen hun eigen kamer stofzuigen;
- kunnen hun eigen bed verschonen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.3.
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019