Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Screening

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019

(Professionele-)aanbieders kunnen door het college worden gescreend. Deze screening kan bestaan uit: Het door een (professionele-)aanbieders laten overleggen van schriftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet waaronder Verklaringen omtrent Gedrag, diploma’s en kwaliteitscertificaten; Het doen van onderzoek in open dan wel gesloten bronnen; Het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob. Artikel 4.2 Uitgangspunten bij het inzetten van ondersteuning Bij het inzetten van ondersteuning gelden de volgende algemene uitgangspunten: Het waar mogelijk realiseren van afschaling, dat wil zeggen overgang naar een lichtere vorm van ondersteuning of een algemene voorziening zodra dit verantwoord is; De zorgverlener maakt gebruik van de eigen kracht van de cliënt, het sociale netwerk en/of de mantelzorgers en probeert deze eigen kracht zo veel mogelijk te bevorderen; De (professionele-)aanbieder hanteert een systeemgerichte aanpak en zet in op de versterking van het systeem rondom de cliënt. Het realiseren van zoveel mogelijk integrale begeleiding; Ondersteuning vindt zo veel mogelijk plaats in de vertrouwde omgeving van de cliënt. Artikel 4.3 Kwaliteit van de ondersteuning De zorgverlener draagt zorg voor dat de ondersteuning van goede kwaliteit is. Een voorziening wordt in elk geval: Veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt. Dat wil zeggen: veilig: de relatie tussen cliënt en zorgverlener is voor de cliënt vertrouwd en stabiel, de privacy wordt in acht genomen en de zorgverlener onderneemt actie bij gesignaleerde onveiligheid in de situatie van de cliënt; doeltreffend (effectief): de zorgverlener heeft de vereiste kennis, houding en vaardigheden om passende ondersteuning in te zetten bij de betreffende doelgroep, is aantoonbaar gericht op behalen van resultaten, werkt waar nodig samen met andere hulpverleners en onderhoudt contact met de sociale omgeving van de cliënt; doelmatig (efficiënt) en cliëntgericht: de intensiteit en hoeveelheid ondersteuning is afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt. Het bereiken van het doel wordt behaald met zo weinig mogelijk middelen. Er vindt afstemming plaats met andere vormen van zorg om ondoelmatigheden te voorkomen. De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van ondersteuning of hulp die de cliënt ontvangt. Verstrekt aan een (professionele) aanbieder die voldoet aan de eisen voortvloeiende uit de professionele standaard. Artikel 4.4 Het zorgplan De zorgverlener maakt met de cliënt duidelijke werkafspraken over de levering van de ondersteuning, vastgelegd in een zorgplan. Basis voor dit zorgplan is het ondersteuningsplan dat door een coach wordt opgesteld. Dit zorgplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: Het zorgplan wordt samen met (een wettelijk vertegenwoordiger of Pgb-beheerder van) de cliënt opgesteld. Het zorgplan dat de zorgverlener maakt, moet aansluiten op de doelen (resultaten) die in het ondersteuningsplan zijn geformuleerd. In het zorgplan moeten doelen worden opgenomen. Deze doelen moeten SMART geformuleerd worden. Dit houdt in dat de doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Daarnaast zijn de doelen een concretisering van de doelen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan; De ondersteuning wordt conform het gemaakte zorgplan geboden. Het zorgplan vertaalt de doelen omschreven in het zorgplan in concrete acties: welke ondersteuning ontvangt de cliënt, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dag- weekprogramma). Het zorgplan wordt iedere 6 maanden met de cliënt en/of zijn Pgb-beheerder besproken. In het zorgplan wordt dit vastgelegd. Bijstellingen en veranderingen in het zorgplan worden schriftelijk vastgelegd. Het zorgplan beschrijft hoe de ondersteuning is afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de cliënt daar waar mogelijk een actieve rol speelt in het ondersteuningsproces. Het zorgplan dient door zowel cliënt en eventueel Pgb-beheerder als zorgverlener ondertekend te zijn. Het zorgplan wordt aan de cliënt en eventueel zijn Pgb-beheerder verstrekt. Indien delen van de ondersteuning worden uitgevoerd door anderen dan de zorgverlener, dan wordt dit in het zorgplan vermeld. Inzet van onderaannemers is alleen toegestaan indien de gemeente hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Afhankelijk van de ondersteuningsvraag draagt de (professionele) aanbieder er zorg voor dat de medewerkers de veiligheid van de cliënt inschatten aan de hand van een gestandaardiseerd risicotaxatie instrument, zoals: Het Risico taxatie-instrument Huiselijk Geweld (RIGH). of een aantoonbaar gelijkwaardig risicotaxatie instrument. Het zorgplan wordt door de zorgverlener in de Nederlandse taal opgesteld en in een helder en goed leesbaar format bijgehouden. De Pgb-aanbieder vult het format voor zorgplan van de gemeente Almelo in Indien een coach hierom verzoekt, biedt de zorgverlener de coach de gelegenheid om aanwezig te zijn bij de intake of bij het evaluatiegesprek met de cliënt. Tijdens het evaluatiegesprek dient het zorgplan en een evaluatieverslag aanwezig te zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel