Een cliënt is voor de voorziening beschermd wonen een eigen bijdrage verschuldigd, conform hetgeen hierover is bepaald in de wet en in de verordening.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen moet onderscheid worden gemaakt tussen:
de hoge bijdrage; en
de lage bijdrage.
Hoge bijdrage
De cliënt is voor beschermd wonen een hoge bijdrage verschuldigd, tenzij er een lage bijdrage verschuldigd is. De volgende cliënten zijn de hoge bijdrage verschuldigd (artikel 3.11 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015):
de ongehuwde cliënt of de gehuwden cliënten die beiden in een instelling voor beschermd wonen verblijft/verblijven;
de gehuwde cliënt wiens echtgenoot een bijdrage voor verblijf in een Wlz-instelling (artikel 3.3.2.1 Besluit langdurige zorg) verschuldigd is.
Berekening lage bijdrage
De lage bijdrage bedraagt per maand een twaalfde deel van 10% van het bijdrageplichtig inkomen, met een minimum van € 164,20 en een maximum van € 861,80 (artikel 3.12 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).
Het bijdrageplichtig inkomen bestaat uit twee componenten (artikel 3.14 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015):
inkomen
vermogen
Het CAK stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast.
Artikel 6.6.3.
Eigen bijdrage beschermd wonen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019