Eerste lid onderdeel a.:
Een aanbieder is de leverancier van de benodigde jeugdhulp.
Eerste lid onderdeel b.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel c.:
Een algemene voorziening is een voorziening die vrij toegankelijk is (althans met een beperkte toegangstoets) voor degene die zich hiertoe wendt voor ondersteuning of hulp. De wet spreekt in artikel 2.9 onderdeel a van 'overige voorziening'. In de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet spreekt de wetgever echter over een algemene of vrij toegankelijke voorziening. Ook de praktijk spreekt over algemene dan wel vrij toegankelijke voorzieningen. Omdat dit de meest gangbare term is, is deze overgenomen in de verordening. De jeugdige en zijn ouders kunnen van een vrij- toegankelijke voorziening gebruik maken zonder dat zij daarvoor een besluit van de gemeente nodig hebben.
Eerste lid onderdeel d.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel e.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel f.:
In de verordening wordt gesproken over "cliënten". Dit betreffen de jeugdige en zijn ouders. Zowel het begrip jeugdige als het begrip ouder is gedefinieerd in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Bij de ouder gaat het om de gezaghebbende ouder, de adoptiefouder, de stiefouder of een ander die de jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. Een pleegouder is geen ouder in de zin van de Jeugdwet.
Eerste lid onder g.:
De cliënt en zijn wettelijk vertegenwoordiger worden voor het onderzoek gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. De cliëntondersteuning is onafhankelijk en helpt bij het verduidelijken van de hulpvraag, het maken van keuzes en het organiseren van de juiste hulp. Ook draagt de cliëntondersteuning bij aan een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, preventieve zorg, zorg, welzijn, wonen, werk en inkomen.
Eerste lid onder h.:
In de verordening wordt een definitie gegeven van fraude. Er is meer aandacht voor fraude in de zorg. Bij vermoedens van onrechtmatigheden of fraude kunnen zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars desgewenst controles uitvoeren of een fraudeonderzoek starten. Mocht er fraude geconstateerd worden, kunnen zij maatregelen treffen door bijvoorbeeld het Pgb te beëindigen en om te zetten in zorg in natura.
Eerste lid onderdeel i.:
De hulpvraag is de behoefte aan jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet. Wanneer degene die behoefte heeft aan jeugdhulp, zich tot het college wendt, is het van belang dat allereerst wordt onderzocht wat de hulpvraag van de betrokkene is. Wanneer de betrokkene zich voor het eerst meldt, is in veel gevallen niet op voorhand duidelijk of en in welke vorm het college in actie moet komen. Een zorgvuldig onderzoek als bedoeld in artikel 6 is noodzakelijk.
Eerste lid onderdeel j.:
Een individuele voorziening is een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden vorm van jeugdhulp. Deze voorziening is niet vrij toegankelijk, er is toekenning en ook een verleningsbeschikking nodig.
Eerste lid onderdeel k.;
Een informele aanbieder is iemand uit het sociale netwerk die de ondersteuning verleent door middel van een Pgb. Waar de mantelzorger op basis van vrijwilligheid, zonder tegenprestatie, de ondersteuning verleend aan iemand uit het sociaal netwerk, krijgt de informele aanbieder een vergoeding voor het verlenen van die ondersteuning.
Eerste lid onderdeel l.:
De melding is het eerste contact van jeugdigen en ouders met het college om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp. De melding (artikel 4) is iets anders dan de aanvraag om een individuele voorziening; dit laatste is geregeld in artikel 7.
Eerste lid onderdeel m.:
Een ondersteuningsplan is het verslag opgesteld door het college naar aanleiding van het keukentafelgesprek. In het ondersteuningsplan staat omschreven hetgeen is besproken tijdens het keukentafelgesprek, de uitkomsten van het onderzoek en de doelen waaraan gewerkt gaat worden met de in te zetten jeugdhulp.
Eerste lid onderdeel n.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel o.:
Een Pgb-aanbieder is een professionele aanbieder die geen contract heeft met de gemeente. De cliënt wenst door middel van een Persoonsgebonden budget (Pgb) zelf ondersteuning in te kopen bij deze professionele aanbieder.
Eerste lid onderdeel p.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel q.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel r.:
Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving. Justis screent personen die een VOG aanvragen en geeft de VOG's af.
Eerste lid onderdeel s.:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel .t:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Eerste lid onderdeel u:
Dit onderdeel behoeft geen toelichting.
Tweede lid:
Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet al een flink aantal definities kent, die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in deze verordening. Dit zou overbodig zijn en bovendien voor verwarring kunnen zorgen als er bijvoorbeeld door een latere wetswijziging een verschil zou ontstaan tussen de omschrijving in de verordening en de wettelijke omschrijving. Het betreft onder meer definities van centrale begrippen als 'jeugdhulp', 'jeugdige', 'ouder' (zie artikel 1.1 van de wet). Ook de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent een aantal die voor deze verordening van belang zijn, zoals: ‘aanvraag’ (artikel 1:3, derde lid, van de Awb) en ‘beschikking’ (artikel 1:2 van de Awb).
Artikel 2.1 Vormen van jeugdhulp
Dit artikel geeft een nadere uitwerking van artikel 2.9, onderdeel a, van de wet, waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen. Uit de memorie van toelichting op de wet (Kamerstukken II 2012/13, 33 684, nr. 3) komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod aan voorzieningen binnen de gemeente. Dit artikel moet daarom een zo compleet mogelijk overzicht bieden van alle algemene en individuele voorzieningen die het college ter beschikking staan.
Voorzieningen in de zin van de Jeugdwet zijn gerelateerd aan de drieledige wettelijke definitie van jeugdhulp (zie artikel 1.1 van de wet). Een voorziening kan een breed spectrum van verschillende soorten ondersteuning, hulp en zorg omvatten. De te treffen voorziening kan zowel een algemene (vrij toegankelijke) voorziening zijn als een individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening. Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet. Voor de niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning zal eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige of zijn ouders deze ondersteuning daadwerkelijk nodig hebben.
Er is voor gekozen om de individuele voorzieningen in de verordening in het kort te omschrijven. Het college zal in de beleidsregels de producten verder omschrijven.