Bij nota van wijziging (Kamerstukken II 2013/14 33 684, nr. 11, artikel MM) is de regeling in artikel 8.1.1 van de wet voor het Pgb aangepast (“gestandaardiseerd”) aan de verwante regelgeving met betrekking tot de maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), In deze regeling stond dat een Pgb slechts wordt verstrekt indien aan de in het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan. Bij amendement Bergkamp/Voortman (Kamerstukken II 2013/14 33 684, nr. 109) is het woord ‘slechts’ geschrapt omdat dit een onnodige en overbodige inperking van het recht op een Pgb leek te suggereren.
Een Pgb wordt verstrekt indien de jeugdige gemotiveerd kan aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend is. Voorts worden een aantal omstandigheden opgesomd waarin geen Pgb wordt verstrekt.
De jeugdige kan direct in het verzoek om een Pgb motiveren waarom een individuele voorziening in natura niet passend te achten is. Deze motivering kan natuurlijk ook op een later moment worden gegeven. Voor specifieke soorten jeugdhulp en kosten kan een Pgb niet worden aangewend.