Naar hoofdinhoud

Artikel 4

maatregelen bij drugshandel in lokalen niet zijnde coffeeshops

Onderdeel van Damoclesbeleid 2019

De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze op handel in drugs in lokalen die geen coffeeshop zijn: 1. Handel in harddrugs: a. Bij een eerste overtreding wordt het lokaal gesloten voor een aaneengesloten periode van 12 maanden; b. Bij een tweede overtreding binnen 5 jaren na de eerste overtreding wordt het lokaal gesloten voor een aangesloten periode van 18 maanden; c. Bij een derde overtreding binnen 5 jaar na de tweede overtreding wordt het lokaal gesloten voor een aaneengesloten periode van 24 maanden. 2. Handel in softdrugs: a. Indien dat geschiedt in combinatie met een feit dat voor coffeeshops géén overtreding van een of meer gedoogregels betekent: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 6 maanden; b. Indien dat geschiedt in combinatie met een feit dat voor coffeeshops een overtreding van een of meer gedoogregels betekent, indien het feit betreft: 1. affichering voor softdrugs: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 8 maanden; 2. overlast veroorzaken: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 10 maanden; 3. verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 12 maanden; 4. verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 8 maanden; 5. handelsvoorraad softdrugs van meer dan 500 gram: sluiting van het lokaal voor een aaneengesloten periode van 12 maanden; De betekenis van genoemde feiten komt overeen met het geen in artikel 7, vierde lid is vermeld. 3. Indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding waarvoor een sanctie als genoemd in lid 2 is opgelegd, in hetzelfde lokaal wederom een overtreding plaatsvindt, heeft dat tot gevolg dat de toepasselijke aaneengesloten sluitingsperiode wordt verdubbeld. 4. Met nadruk wordt erop gewezen dat een sluiting voor een aaneengesloten periode van ten minste een maand op grond van artikel 5, eerste lid van het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999, leidt tot intrekking van de horecavergunning op grond van de Drank- en Horecawet dan wel van de gemeentelijke Drank- en Horecaverordening. Leidinggevenden (ondernemers, bedrijfsleiders, beheerders) van het betreffende horecabedrijf zijn dan gedurende de eerstvolgende 5 jaar niet meer gerechtigd op te treden als leidinggevende in een horecabedrijf. Hennepkwekerijen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel