**1..** Bij de indeling in een urgentiecategorie wordt gekeken naar de samenstelling van het huishouden vóór of bij het ontstaan van het huisvestingsprobleem. Tot het huishouden worden de leden van het huishouden meegerekend indien deze op het moment van de aanvraag:
een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren;
op hetzelfde woonadres in de BRP staan ingeschreven; en
gezamenlijk naar een ander adres dienen te verhuizen.
**2..** In aanvulling op het eerste lid dient een huishouden met één minderjarig kind óf meerdere minderjarige kinderen aan te tonen:
dat er sprake is van gezag over dit kind, of deze kinderen;
dat dit kind of deze kinderen hoofdelijk en daadwerkelijk verblijven bij de aanvrager; en
dat de kinderen niet (tijdelijk) bij de andere gezaghebbende kunnen wonen
**3..** Een urgentieverklaring kan niet worden toegewezen aan een huishouden dat bij het ontstaan van het huisvestingsprobleem nog geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voert.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.1