Binnen het beheergebied van de betrokken gemeenten valt de toepassing van grond uit alle wegbermen geheel onder het generieke toepassingskader. In de onderstaande afbeeldingen is de begrenzing van de wegbermen schematisch weergegeven. Een berm heeft een maximale breedte van 10 meter of wordt begrensd door een fysieke afscheiding (Besluit bodemkwaliteit, artikel 63).
In bebouwd gebied maakt de wegberm deel uit van de daar aanwezige bodemkwaliteitszone. Buiten de bebouwde kom zijn voor wegbermen twee zones opgenomen in de bodemkwaliteitskaart, de gemeentelijke en de provinciale wegbermen. Grond uit gemeentelijke wegbermen (bodemkwaliteits-klasse industrie) mag niet worden toegepast in de provinciale wegbermen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om door middel van aanvullend bodemonderzoek een wegbermenkaart toe te voegen. Hierdoor kan een andere bodemkwaliteitsklasse van toepassing worden. Wanneer het wenselijk is om wegbermengrond in een andere zone toe te passen, is gebruik van de huidige bodemkwaliteitskaart maatwerk van het bevoegd gezag.