Na de opening van de vergadering kunnen burgers kort het woord voeren over en bij onderwerpen die die ter advisering of ter meningsvorming op de agenda van de vergadering staan. Degene die van dit spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 16.00 uur op de dag van de vergadering bij de commissiegriffier o.v.v. zijn of haar naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij of zij het woord wenst te voeren.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
De voorzitter geeft het woord bij het betreffende agendapunt op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De voorzitter kan onder opgave van redenen deelname aan het spreekrecht uitsluiten, dan wel verwijzen naar andere inspraakmogelijkheden.
De spreekduur wordt in overleg met de voorzitter bepaald. Een burger voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft gegeven. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan de insprekers een korte, verhelderende, vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 18
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissies Purmerend 2019