**1..** Bij beëindiging van een samenwoningvorm wordt geen urgentie verleend, tenzij:
- - het huwelijk dan wel de samenleving tenminste twee jaar heeft bestaan;
- - sprake is van aantoonbare zorg voor één of meer minderjarige kinderen, geregistreerd in de BRP op het adres van de aanvrager;
- - de aanvrager niet vrijwillig de woning heeft verlaten; en
- - de aanvrager geen aanspraak kan maken op de woning waaruit hij of zij vertrekt/dan wel is vertrokken.
**2..** Bij het aanvragen van urgentie op grond van relatiebeëindiging moeten, voor zover relevant, de volgende aanvullende bewijsstukken worden aangeleverd:
- - een ouderschapsplan;
- - een ondertekend echtscheidingsconvenant of een beschikking van de rechtbank.
- - een ondertekende overeenkomst tot beëindiging van het partnerschap of een beschikking van de rechtbank;
- - een ondertekende overeenkomst tot beëindiging van de samenlevingsovereenkomst;
- - een ondertekende vaststellingsovereenkomst, waarin tenminste is vastgelegd:
- - de aanvangsdatum van het samenwonen, blijkend uit de inschrijving in de BRP;
- - de datum van ontbinding van de relatie;
- - de regeling over de hoofdverblijfplaats van de kinderen; en
- - een beschikking van de rechtbank met betrekking tot het claimen van de huidige woning.
**3..** De aanvraag voor een urgentie moet binnen twee maanden na de gerechtelijke uitspraak of het verbreken van de samenleving worden ingediend.
**4..** Slechts één van de scheidende partijen kan in aanmerking komen voor een urgentie.