Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin onder c en d van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de omzetting of woningvorming gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorschriften en voorwaarden aan de vergunning, en/of;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, mede gelet op de beleidsregels die verbonden zijn aan het onttrekkingsstelsel.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 39.
Weigeringsgronden voor splitsing of omzetting naar onzelfstandige woonruimten
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2019-2023 gemeente Barneveld