Verbeteren, stabiliseren of begeleiden bij achteruitgang
Het doel van de maatwerkvoorziening begeleiding is de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Het doel van de maatwerkvoorziening kan zijn:
Het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een cliënt; of
het stabiliseren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een cliënt; of
het begeleiden van een cliënt bij zijn verslechterde zelfredzaamheid en/of participatie.
In het ondersteuningsplan van de gemeente wordt vastgelegd waar de maatwerkvoorziening begeleiding voor de betreffende cliënt op gericht moet zijn.
Resultaatgebieden begeleiding
Daarnaast wordt in het ondersteuningsplan aangegeven welke resultaten met de inzet van de maatwerkvoorziening begeleiding moeten worden behaald. De resultaten zijn ingedeeld in resultaatgebieden (in bijlage 4 is een uitgebreidere uitwerking van de resultaten opgenomen):
Resultaatgebied financiën:
De financiën van de cliënt zijn op orde.
De administratie van de cliënt is op orde.
Resultaatgebied zinvolle daginvulling:
De cliënt heeft een adequate dag- en weekstructuur en routine in activiteiten, passend bij de ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënt:
De cliënt heeft een passende daginvulling gericht op beleving.
De cliënt heeft een passende daginvulling gericht op ontwikkeling.
De cliënt heeft een passende daginvulling gericht op arbeidsmatige activiteiten.
Resultaatgebied huisvesting/ woongedrag:
De cliënt heeft geschikte huisvesting.
Cliënt maakt veilig gebruik van zijn of haar woning en vertoont maatschappelijk passend woongedrag.
De cliënt is op de hoogte van de betekenis van goed huurderschap en vertoont goed huurderschap in de praktijk.
De cliënt kan zo zelfstandig mogelijk zijn of haar huishouding voeren (aanleren van taken en werkzaamheden).
Resultaatgebied huiselijke relaties:
De cliënt heeft een veilige, stimulerende en gezonde gezinssituatie / huiselijke relatie(s).
Er is binnen de thuis- of gezinssituatie geen sprake van verwaarlozing of huiselijk geweld.
De thuis- en/of gezinssituatie biedt een veilige omgeving voor kinderen, waarin zij zich leeftijdsadequaat kunnen ontwikkelen en de beschikking hebben over emotioneel en fysiek beschikbare opvoeder(s).
Resultaatgebied zelfzorg en gezondheid:
De cliënt heeft structuur in zijn of haar persoonlijke leven.
De cliënt heeft routine in activiteiten voor persoonlijke verzorging.
De cliënt komt afspraken na o.a. met zorgverleners / professionals en andere organisaties.
Er zijn afspraken gemaakt met de cliënt over wat te doen in het geval van escalatie (zoals WRAP of crisiskaart). Deze afspraken zijn afgestemd met de zorgaanbieder en betrokkenen uit de sociale omgeving van de cliënt.
Resultaatgebied sociaal netwerk:
Er is inzicht in het sociaal netwerk van de cliënt (wie biedt welke ondersteuning).
Het gezond sociaal netwerk van de cliënt is aanwezig en (indien nodig) vergroot.
De cliënt vervult een passende sociale rol.
De cliënt is in staat om een beroep te doen op zijn of haar sociaal netwerk.
Het sociaal netwerk van de cliënt kan omgaan met de beperking van de cliënt.
Resultaatgebied maatschappelijk functioneren:
De cliënt kan gebruik maken van de aanwezige infrastructuur: buurtsuper, openbaar en individueel vervoer etc.
Hoofdstuk 6.
Artikel 19.