Samenstelling samenwerkingsverband
Beschermd wonen is een taak die in een samenwerkingsverband met zes West-Brabantse gemeenten wordt uitgevoerd. Dit samenwerkingsverband bestaat uit:
Gemeente Bergen op Zoom (Centrumgemeente)
Gemeente Halderberge
Gemeente Roosendaal
Gemeente Rucphen
Gemeente Steenbergen
Gemeente Woensdrecht
Rol centrumgemeente vs. regiogemeenten
De gemeente is verplicht beschermd wonen te bieden aan iedere ingezetene van Nederland die zich tot de gemeente wendt en die daarvoor in aanmerking komt. Voor beschermd wonen geldt niet dat de cliënt ingezetene moet zijn van de gemeente.
Het besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt genomen door de centrumgemeente. Een cliënt kan zich direct melden bij de centrumgemeente van de regio, maar binnen de regio is afgesproken dat cliënten zich in principe bij hun huidige woongemeente (uit het samenwerkingsverband) dienen te melden. Als een cliënt zich meldt bij zijn huidige woongemeente wordt daar het onderzoek uitgevoerd, tenzij er een begeleidend schrijven van een behandelaar met betrekking tot beschermd wonen is bijgevoegd bij de melding (zowel nieuwe melding als vraag voor herindicatie). Als uit het begeleidend schrijven blijkt dat de specialistisch behandelaar beschermd wonen noodzakelijk acht, kan het dossier direct worden overgedragen aan de centrumgemeente.
Wanneer uit het onderzoek naar voren komt dat er een indicatie is voor beschermd wonen, zal de gemeente Bergen op Zoom de verdere administratieve afhandeling op zich nemen. Waar een cliënt opgevangen of geplaatst wordt is afhankelijk van de beschikbaarheid, leeftijd, gezinssituatie, achtergrond en reden waarom iemand deze maatwerkvoorziening nodig heeft. Na het verstrekken van een indicatie voor beschermd wonen wordt een cliënt op de wachtlijst geplaatst tot de indicatie kan worden verzilverd bij een aanbieder. Wanneer een indicatie niet binnen een half jaar wordt verzilverd, kan de indicatie worden beëindigd. Indien een cliënt op een wachtlijst geplaatst wordt, kan het voorkomen dat er overbruggingszorg moet worden geboden. De gemeente waar de cliënt op dat moment staat ingeschreven is verantwoordelijk voor het bieden van de overbruggingszorg.
In het geval van een negatief besluit, wordt van de gemeente waar de cliënt staat ingeschreven verwacht dat zij onderzoeken op welke wijze de cliënt dan dient te worden ondersteund vanuit de Wmo (of mogelijk een andere regeling).
Hoofdstuk 7.
Artikel 27.